Artikel 5: 'De Comeback'
Tien Weken. Rolstoel. Rollator. Rennen.
Dit is deel 5 van een zesdelige reeks over catastrofaal letsel, radicaal herstel, en de wetenschap achter menselijke veerkracht.
Lees eerst Artikel 1, 2, 3 en 4 als je het begin wilt begrijpen.
Een getal.
Tien weken.
Dat is de tijd tussen de dag dat ik wakker werd op de IC met benen die niet bewogen, en de dag dat ik voor het eerst rende.
Niet ver. Niet snel. Maar ik rende.
Dit artikel gaat over die tien weken. Niet als triomf verhaal, want de werkelijkheid van herstel is rauwer, grappiger, beschamender, en uiteindelijk mooier dan welk triomf verhaal dan ook. Maar als eerlijke tijdlijn. Week voor week. Wat er was. Wat ik deed. Wat het lichaam deed.
Week 1 & 2: Rolstoel
22 januari – 1 februari 2025 | Tergooi MC Spoedeisende hulp - Afdeling Neurologie
De eerste herinneringen na de operatie zijn fragmentarisch.
Pijn. Niet scherp, gesmoord door morfine, maar aanwezig als een constante achtergrond toon, als een motor die nooit uit staat. De katheter. Het geluid van monitors. Een verpleegkundige die elke ochtend vroeg hoe de nacht was geweest en mijn antwoord noteerde in een systeem dat ik niet kon zien.
Mijn benen lagen voor me als ballast.
Op dag drie probeerde ik mijn rechterbeen op te tillen. Ik concentreerde me volledig, de manier waarop je je concentreert alsof je een maximale lift wil uitvoeren, al je neurologische energie naar één punt. Het been bewoog twee centimeter omhoog. Trillen. En neer.
Ik schreef het op.
Dat is het eerste wat ik iedereen die in een vergelijkbare situatie zit, wil meegeven: schrijf alles op. Niet omdat het romantisch is. Maar omdat herstel zo langzaam gaat dat je het zonder data niet kunt zien.
Twee centimeter op dag drie. Vijf centimeter op dag zeven.
De getallen lijken niets. Maar ze zijn bewijs dat de verbinding er nog is, dat de zenuwen aan het werk zijn, langzaam, millimeter voor millimeter.
Op dag vijf: zittend op de rand van het bed, met twee verpleegkundigen die me ondersteunden. Ik zat twee minuten. Daarna lag ik een uur bij te komen. Zitten is het zwaarste voor je rug, zo kwam ik achter.
Op dag negen: de eerste verplaatsing in een rolstoel. Twintig meter door de gang van de spoedeisende hulp. Ik voelde me voor het eerst in dagen iets wat leek op menselijkheid, niet het hulpeloze wachten en 23 uur per dag liggen in een bed, maar beweging. Richting. Intentie.
Dat ene uur dat ik uit bed was, gebruikte ik om mijzelf weer mens te maken, mens te voelen. Dan ging ik zittend douchen, scheren, tanden poetsen en deed ik schone kleding aan. In dit geval een nieuw operatieschort, want ik had nog een drainage aan mijn rug hangen voor bespoediging van het herstel van de rugoperatie.
En toen, van rolstoel naar rollator…
Ik wil je eerlijk vertellen hoe een looprek voelt als je 42 bent, oud-marinier, en 25 jaar lang een lichaam hebt gebouwd dat andere mensen als referentie gebruikten.
Het voelt als vernedering.
Dat is de waarheid, en ik ga er niet omheen draaien. De eerste keer dat een fysiotherapeute het ding voor me neerzette en zei "probeer maar eens rechtop te staan," voelde ik een mengeling van ongeloof en woede die ik nauwelijks kon beheersen. Dit was het apparaat van 80-jarigen in verpleeghuizen. Dit was het ding dat je ziet als je op bezoek gaat bij opa. En ik leerde ook nog dat er nuances zijn: een looprek heeft geen wieltjes, dus per stap verplaats je centimeters per enkele stap, en een rollator heeft rijdende wieltjes waarvoor veel meer neurologische aansturing, balans en coördinatie nodig is.
Nu was een looprek mijn enige manier om overeind te blijven.
Ik stond op. Vijf seconden. Mijn benen trilden als van een veulen dat net geboren is. Ik ging weer zitten.
De fysiotherapeute schreef het op: 5 seconden staand, ondersteuning looprek, 2 februari.
De volgende ochtend: tien seconden. De ochtend erna: vijftien. Vijftien seconden staan was een enorme overwinning na dagenlang alleen maar liggen en dat ene opfris moment in de douche.
Dit is wat progressie is in de eerste weken na CES. Niet sets en reps. Niet kilometers. Seconden. En als je het zo bekijkt, als seconden de eenheid worden, dan is tien seconden op dag twee een stijging van honderd procent ten opzichte van dag één. In mijn trainingswereld noemen we dat met een mooi woord: supramaximale adaptatie.
Ik hield me vast aan die gedachte.
In week drie: de eerste stappen met het looprek. Drie meter. Vijf meter. Tien meter en dan moest ik gaan zitten want mijn benen gaven het op. Maar tien meter was tien meter. En tien meter was oneindig veel meer dan nul.
In de tussentijd: elke avond: 9 uur slaap. Geen onderhandeling.
Week 3: De Rollator
1 – 7 februari 2025 | Tergooi MC via Afdeling MDL naar Afdeling Neurologie
Op dag 15 in het ziekenhuis was er een moment dat ik nooit zal vergeten.
Ik werd wakker vanuit een droom met de Bijbelse woorden, “Sta op en Wandel”. Ik stond op van mijn bed. Pakte de rollator die in de hoek van de kamer stond. En liep, zonder looprek, zonder fysiotherapeut die naast me stond, naar de deur van mijn kamer.
Vier meter. Mijn hart bonkte alsof ik een sprint had getrokken.
Ik deed de deur open, keek de gang in en ik begon de gang op te lopen. Ik liep!
Aan het eind van de gang kwamen net de zusters van de ochtendronde de hoek om en ze keken verbaasd. “Meneer Littel, u hoort in u bed te liggen!”
“Nee. Ik hoor te lopen, dat is wat ik hoor te doen!”, wist ik uit te brengen.
Toen realiseerde ik me dat ik ook nog terug moest lopen, dus keerde ik om, liep ik terug naar mijn kamer, en ging op de rand van mijn bed zitten. Mijn benen waren wat schokkerig. Maar ik had het gedaan.
Ik belde mijn vrouw.
"Je gelooft het nooit. Ik heb net een heel stuk gelopen. De gang op zelfs."
Stilte aan de andere kant. En dan het soort huilen dat je alleen hoort bij mensen die weken lang hun adem hebben ingehouden.
Met de rollator begon mijn wereld groter te worden. Ik kon de gang op. Ik kon naar de therapiezaal zonder in een rolstoel te worden geduwd. Ik kon ‘s ochtends vroeg met een verse kop koffie op het zitgedeelte van de rollator naar de andere kant van de ziekenhuisvleugel lopen om daar voor het raam te gaan zitten en naar de opkomende zon te kijken, nippend van de dampende kop koffie in mijn hand.
Kleine dingen. Maar voor iemand die ze was kwijtgeraakt: alles.
In deze fase introduceerde ik wat ik intern "de bedrading" noemde: het opnieuw leggen van verbindingen tussen brein en lichaamsdelen die stil waren gevallen. Elke ochtend vijf minuten bewust voelen, ogen dicht, handen op mijn benen, mentaal elke spiergroep langsgaan en proberen te activeren. Niet omdat ik dacht dat dit magisch was. Maar omdat motorische inbeelding, het mentaal uitvoeren van bewegingen, aantoonbaar effect heeft op de neurologische activiteit in de bijbehorende gebieden van de motorische cortex.
Het brein oefent zelfs als het lichaam het nog niet kan.
Op 7 februari: ontslag uit Tergooi MC. Overplaatsing naar Merem, Hilversum. Klinische revalidatie begint.
Week 6: De Eerste Buitenloop
Februari 2025 | Merem Klinische Revaldatie
Begin februari 2025 verliet ik Merem voor het eerst zonder hulpmiddelen voor een loopje.
Ik gebruik het woord "loopje" bewust. Het was geen training. Het was een experiment: kan ik lopen, buiten, op oneffen terrein, zonder dat mijn lichaam het opgeeft?
Honderd meter. Tweehonderd. Ik stopte bij een bankje, ging even zitten, en liep terug.
Vierhonderd meter in totaal.
Ik noteerde het in mijn trainingslogboek zoals ik elke prestatie noteer, met datum, afstand, duur, RPE (rate of perceived exertion), en een korte noot over hoe het voelde. De noot die ik schreef was simpel:
"Buiten gelopen. Geen hulpmiddelen. Alles doet pijn. Het is het mooiste wat ik ooit heb gedaan."
Week 7: De Katheter Eruit
Februari 2025 — Een Kleine, Enorme Mijlpaal
In deze fase kwam de gelegenheid om mij enkel te richten op herstel en opbouw. Ook startte daar de Zone 2 cardiovasculaire training, op een ligfiets, hartslag gecontroleerd op 60-65% van het maximum. Tien minuten om de dag in week vijf. Vijftien in week zes. Het doel was niet cardio. Het doel was BDNF, het zenuwgroeifactor eiwit dat vrijkomt bij aerobe training en dat aantoonbaar zenuwregeneratie versnelt.
Ik werkte zelf extra aan bekkenbodem fysiotherapie elke dag, het soort werk waarbij je leert luisteren naar spieren die je 40+ jaar lang nooit bewust hebt aangestuurd. Neurologische activatie oefeningen: ledematen bewegen in patronen die het zenuwstelsel dwingen om nieuwe routes te zoeken.
Op 20 februari — 29 dagen na de operatie — verwijderde de uroloog de katheter.
Ik herinner me de spanning van de eerste uren daarna. De vraag die elk mens als vanzelfsprekend beschouwt maar die ik niet durfde te nemen voor lief: werkt het?
Het werkte.
Ik weet dat dit een ongemakkelijk detail is om te lezen. Maar ik schrijf het bewust op, omdat de realiteit van CES gaat over de meest basale functies van het menselijk lichaam, en omdat de terugkeer van die functies, stuk voor stuk zijn, 1 voor 1, het zijn van die momenten waarop je werkelijk begrijpt wat je was kwijtgeraakt.
Blaascontrole is geen vanzelfsprekendheid.
Tot je hem kwijt bent.
Week 9: Rennen
Eind maart 2025 | Merem Klinische Revaldatie
Het moment dat ik rende was geen bewuste beslissing.
Ik was aan het wandelen, inmiddels een kilometer, anderhalve kilometer per dag, op een rechte weg tussen Merem en Tergooi MC (dit ligt op steenworp afstand van elkaar). En op een gegeven moment veranderde mijn staptempo. Ik weet niet precies wanneer. Ik weet niet wat de trigger was.
Maar plotseling was er veer in mijn stap.
Mijn armen begonnen mee te bewegen. Mijn ademhaling veranderde. Mijn voeten kwamen sneller van de grond.
Ik rende.
Dertig seconden. Misschien veertig. Toen stopte ik, niet omdat mijn benen het opgaven, maar omdat ik zo overdonderd was door wat er gebeurde dat ik moest stoppen om het te laten landen.
Ik had 59 dagen daarvoor in een IC-bed gelegen met benen die niet bewogen.
Nu rende ik.
Week 10: Ontslag uit Merem
27 maart 2025 | Huiswaarts
Op 27 maart liep ik Merem uit.
Met een kettlebell van 12 kg in mijn ene hand, en de weekend tas met mijn spullen in de andere. Op eigen kracht. Naar buiten. Naar de auto. Naar huis.
Mijn kinderen stonden in de deuropening.
Mijn dochter van tien rende naar me toe en stopte halverwege, ze herinnerde zich plotseling dat ze voorzichtig moest zijn. Ik knielde neer, dat ging moeizaam, maar het ging, en ik pakte haar vast.
Ik ga dit moment niet verder beschrijven.
Sommige dingen hoeven niet in woorden.
Wat Tien Weken Je Leert
Herstel is niet lineair. Dat klinkt als een cliché maar het is een biologische wet. Er zijn weken van snelle progressie en weken van schijnbare stilstand, weken waarbij oude symptomen terugkeren en je denkt dat je terugvalt terwijl je lichaam in werkelijkheid aan het consolideren is.
Het lichaam heeft zijn eigen tijdlijn. Je kunt hem beïnvloeden. Je kunt hem optimaliseren. Je kunt hem niet forceren.
De momenten die ik nooit zal vergeten zijn niet de grote mijlpalen. Het zijn de kleine:
De eerste ochtend dat ik zonder pijn wakker werd en tien seconden niet wist dat ik ziek was geweest.
De eerste keer dat ik een kilometer liep en halverwege niet hoefde te stoppen.
De eerste ochtend dat ik om 05:00 wakker werd, niet door pijn, maar omdat mijn lichaam zijn ritme terug had.
Dit zijn de dingen die de prognose je niet vertelt. De prognose meet grote uitkomsten. Het leven bestaat uit kleine.
Waar Ik Nu Ben
Begin 2026 train ik systematisch voor een PR op de marathon, in december 2026.
Mijn VO2max is gestegen van 43 naar 48 ml/kg/min, richting het doel van 60-65. Mijn spiermassa is hersteld en licht gestegen. Mijn loopeconomie wordt elke week beter. De bekkenbodemfunctie is voor meer dan 70% hersteld. De ernstigste neurologische symptomen zijn grotendeels verdwenen.
Er zijn blijvende gevolgen. Dat ontken ik niet. Er is restletsel. Litteken schade in mijn blaas van de katheter. Er zijn slechte dagen. Er zijn nachten dat de pijn terugkeert op niveaus die ik niet had verwacht.
Maar er is ook dit:
Een man die 10 maanden geleden in een rolstoel zat, traint nu voor een sub-3 marathon.
Dat is geen wilskracht.
Dat is een protocol.
Volgende: Artikel 6 — 'De Missie.' Next Level Human. Top 1% Gezondheid voor iedereen.
Djack Littel is mede-oprichter van Next Level Human en mede-auteur van het boek 'Top 1% Health (Top 1% Health OS).' Hij brengt mensen naar de top 1% gezondheid met een systematische, biomarker-gedreven aanpak voor menselijke optimalisatie. Dit werkt voor iedereen. Als jij een mens bent, werkt dit voor je, want wij zijn zelfhelende, zelfgenezende organismen. Djack woont in Bussum, met een bezoekers vestiging van het Next Level Human Experience Centre in Weesp.